Na 7 jaar studentenvertegenwoordiging, waarvan 4 op Vlaams niveau is deze boeiende periode tot een eind gekomen. Het was een zeer leerrijke periode. Deze post is een korte vooruitblik op de toekomst van VVS. Gezien mijn ervaring eigen ik mij de academische vrijheid toe om daar ongevraagd mijn licht over laten schijnen, evenwel zonder schoonmoederbedoelingen.
Zelden is het hoger onderwijslandschap op zo een korte periode zo veel veranderd. De opleidingen kregen eengrondige facelift: de Bachelor-Master structuur werd ingevoerd ter vervanging van het oude systeem van kandidaturen en licenties; schakelprogramma’s en diverse overstapmogelijkheden werden uitgebouwd zodat studenten gemakkelijker een masteropleiding kunnen aanvangen na een professionele bachelor, hetgeen een belangrijke stap is in de verdere democratisering van het hoger onderwijs; flexibilisering, ECV & EVK maakten komaf met de oude rigide academiejaren en biedt de mogelijkheid om opleidingstrajecten meer op maat van de individuele student. Deze structurele hervormingen werden ook in vele hogescholen en universiteiten aangegrepen om de curricula ook inhoudelijk te moderniseren waarbij gretig gebruik werd gemaakt van nieuwe leervormen.
Niet alleen de opleidingen zijn veranderd, ook de organisatie van het landschap is gewijzigd. Zo is er een uitgebreid stelsel van kwaliteitszorg ontwikkeld met als sluitstuk de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie. De belangrijkste verandering is echter ontegensprekelijk de associaties. Begonnen als een samenwerkingsverband tussen een universiteit een reeks hogescholen om de academisering van de 2 cycli opleidingen te begeleiden, zijn deze organisaties stilaan uit gegroeid tot confederale superstructuren waarbinnen de partners steeds meer en steeds diepgaander samenwerken. Deze unionistische beweging zet zich de dag van vandaag verder en zal dat de komende 5 jaar blijven doen. Het staat in de sterren geschreven dat tegen 2013 er slechts drie zwaartepunten meer in het hoger onderwijs zullen overblijven. KULeuven, UGent en in mindere mate UAntwerpen zullen de taart onder elkaar verdelen en de rest van het landschap opslokken. Het resultaat zal waarschijnlijk de vorm aannemen van 3 grote universiteiten met daar rond een netwerk van university colleges, nauw geïntegreerd in het geheel van de universiteit (op enkele lokale en culturele verschillen na).
Het spreekt dus voor zich dat de associaties de instellingen zullen verdringen als zwaartepunten in het hoger onderwijsbeleid. Als we kijken naar de invloed die de associatie(voorzitter)s nu hebben, bijvoorbeeld in de discussie over de financiering, kunnen we eigenlijk stellen dat dit al zo is. Maar is dit nog onvoldoende doorgedrongen bij de rest van het veld, inclusief de studentenvertegenwoordigers. Ook het beleid van de instellingen wordt steeds meer bepaald door afspraken en strategieën die beslist worden in de bestuursorganen van de associaties. (On)gewild leidt dit tot een verminderde inspraak van studenten en andere actoren in de hogescholen en universiteiten. Het wordt hoog tijd dat de studentenvertegenwoordigers zich gaan herorganiseren in het licht van de huidige en komende evoluties, willen ze een voldoende zeggenschap behouden bij de totstandkoming van strategische beslissingen.
De studentenvertegenwoordiging in de associaties moet daarom verder uitgebouwd worden. In de meeste associaties bestaat er een studentenraad en zitten er studenten in het bestuur. Dat is echter geen garantie op een goede vertegenwoordiging. Vaak zijn associatiestudentenraden weinig actief en is er te weinig coördinatie met studentenraden van hogescholen en universiteiten. Er moeten mijn inziens dringend duidelijke keuzes gemaakt worden. Associatiestudentenraden moeten de nieuwe speerpunten van de studentenvertegenwoordiging worden. Investeringen in die studentenraden zowel materieel/financieel als in de vorm van human resources geleverd door de instellingsstudentenraden zijn noodzakelijk om een kwalitatieve vertegenwoordiging van de studenten mogelijk te maken. En naarmate de associaties verder integreren moeten ook de studentenraden binnen die associaties mee integreren. Daarbij is het eindpunt nu reeds gekend, aangezien het in de sterren staat geschreven.
Ook voor studentenvertegenwoordiging op Vlaams niveau zullen deze evoluties verstrekkende gevolgen hebben. In een landschap met 3 grote instellingen en dus 3 studentenraden is de huidige vorm van de studentenkoepel (VVS) nog weinig zinvol. Een herstructurering dringt zich op. Ook hier is het belangrijk te anticiperen op wat zal komen. Nu is het reeds duidelijk dat de associaties veruit de grootste vinger in de pap hebben als het Vlaams hoger onderwijsbeleid aankomt. Dit gaat ten koste van de klassieke actoren zijnde VLIR, VLHORA, VVS en ook VLOR. Zij hebben in belangrijke mate aan invloed verloren. Het dossier over de financiering van het hoger onderwijs is ook hier weer het perfecte schoolvoorbeeld. Daarom is het van primordiaal belang om nu te beginnen met een reorganisatie. VLIR en VLHORA hebben dit begrepen zijn intensief aan het praten over een fusie tussen beide organisaties, die beter zal aansluiten bij de realiteit van het landschap.
Voor VVS zijn er nog andere redenen om nu reeds te beginnen aan een hervorming. De laatste jaren heeft de koepel heel wat kritiek te slikken gekregen, kritiek die tot op vandaag nog steeds aanhoudt een zware hypotheek legt op de werking van de koepel. Bovendien lijkt VVS wel een duiventil, de laatste jaren en vooral de laatste maanden zijn heel wat goede medewerkers en vrijwilligers vroegtijdig vertrokken. Om nog maar te zwijgen van een aantal av leden. Zonder in te gaan op de problematiek (daarvoor zijn andere gremia meer geschikt) is het voor insiders duidelijk dat die zaken met elkaar gelieerd zijn. Een grondige hervorming, die hoe dan ook onvermijdelijk is, kan een kans bieden om af te rekenen met de demonen van het verleden en om vervolgens met een propere lei een doorstart te nemen. Ook politiek gezien is het een geschikt moment. Het komend academiejaar is het laatste “actieve” werkjaar van de Vlaamse regering. 2008-2009 is immers een verkiezingsjaar en dan zal men geen nieuwe initiatieven meer nemen. Bij aanvang van 2008-2009 zou de hervorming een feit moeten zijn zodat gedurende dat jaar de schoonheidsfoutjes kunnen gedetecteerd en verbeterd worden. Op die manier staat er tegen het begin van de volgende legislatuur opnieuw een performante, verenigde Vlaamse studentenkoepel.
Ook de ruwe organisatorische contouren van die studentenkoepel zijn uit de sterren af te leiden. Om tegen 2013 een koepel te zijn van de 3 studentenraden is een koepel van associatiestudentenraden de logische tussenstap. Van 5 naar 3 gaan in 2013 is dan nog een kleine aanpassing. De voordelen zijn duidelijk.
Om te beginnen krijgen de associatiestudentenraden eindelijk een plaats in de Vlaamse context. Aangezien de associaties de meest invloedrijke spelers zijn op het hoger onderwijsveld zijn de associatiestudentenraden de best geplaatste studentenraden om de studentenstandpunten in het beleid te laten insijpelen. Een koepel van associatiestudentenraden zal dichter bij die invloedscentra zitten en daardoor haar rol sneller en efficiënter kunnen waarmaken.
Ten tweede geeft dit ook extra belang aan de associatiestudentenraden en maakt hen aantrekkelijker. Net zoals associaties is Vlaams onderwijsbeleid een niche markt die weinig stuvers aanspreekt wegens te abstract en te ver van hun bed. De meeste stuvers engageren zich liever binnen de instelling. Dit maakt dat veel studentenraden, vooral hogeschoolstudentenraden, vaak onvoldoende stuvers vinden die zich willen engageren in de studentenkoepel en de associatiestudentenraden. Een bundeling van de krachten via associatiestudentenraden zou betekenen dat voor vele kleine en middelgrote studentenraden een zware last van hun schouders valt en gezamenlijk wordt gedragen. Geïnteresseerde stuvers kunnen dan rechtstreeks doorstromen naar de associatiestudentenraden en zich specialiseren in de bijhorende materies.
Ten slotte zou een koepel van associatiestudentenraden ook veel wendbaarder zijn en sneller tot een besluit komen. Het is nu eenmaal gemakkelijker om met 5 partners overeen te komen dan met 28. Door de krachtenbundeling via de associatiestudentenraden kan men ook een sterker engagement verwachten van de stuvers en tevens een betere dossierkennis.
Zijn de associatiestudentenraden klaar voor deze stap? De meesten wel, de laatste jaren zijn de associatiestudentenraden verder gegroeid. De gemiddelde associatiestudentenraad werkt zeker niet slechter dan de gemiddelde instellingstudentenraad. Trouwens de beste manier om te leren zwemmen is het gewoon doen.
Uiteraard kan dit alles niet zomaar van de ene dag op de andere gerealiseerd worden. Het komend academiejaar is echter lang genoeg om de geesten te laten rijpen en ten gronde te discussieren. Het feit dat het decreet op de studentenkoepelverenigingen dient herzien te worden is nauwelijks enige belemmering. Een eensgezinde studentenbeweging gemakkelijk een parlementaire meerderheid vinden voor een dergelijke aanpassing. Voor zij onder ons die een heilige afkeer koesteren van alles wat te maken heeft met associaties en stiekem hopen dat deze alsnog zouden verdwijnen of het nodig vinden om hun betekenis en invloed te minimaliseren, moeten dringend dringend wakker worden. Associaties zijn er, zijn invloedrijk en zullen enkel maar aan belang winnen. De studentenbeweging dient zich hieraan aan te passen of zal aan invloed moeten inboeten.
VVS 2.0