ABVV-Jongeren is niet tevreden over de nieuwe jobstudentenregeling waarbij jobstudenten ook buiten de vakantiemaanden nog eens 23 dagen kunnen werken aan een laag RSZ tarief van 4,5%. Volgens hen nemen jobstudenten arbeidsplaatsen af van andere werknemers, bijvoorbeeld laaggeschoolden. Ook menen de ABVV-jongeren te weten dat de nieuwe regeling studenten aanzet om het volledige jaar door te werken, waardoor ze hun studie gaan verwaarlozen. Tenslotte trekt ABVV-Jongerencoördinator Mike De Herdt nog eens fel van leer tegen flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Volgens hem is dat nergens goed voor en worden enkel de bedrijven daar beter van.
Je moet maar durven, in tijden waarin activering van de beroepsbevolking dringender is dan ooit. De activiteitsgraad in België behoort tot de laagste van gans Europa en we staan voor enorme uitdagingen om de sociale zekerheid betaalbaar te houden en de lasten van de vergrijzing op te vangen. De Herdt heeft blijkbaar nog niet door dat het de huidige generaties jongeren zullen zijn die de lasten van deze uitdagingen zullen mogen dragen. Daarbij komt nog dat wij met minder zijn dan de generatie van onze ouders waardoor we ook minder schouders onder die lasten kunnen zetten.
Tevens zijn de cijfers die ABVV-Jongeren aanhaalt over het aantal jobstudenten nogal dubieus. Zij spreken over een stijging van 150 000 jobstudenten: van 369 000 in 2005 naar 518 000 in 2006. Volgens Federgon echter waren er in 2006 slechts 130 000 jobstudenten aan het werk (zie tabel), waarvan het overgrote deel nog in de zomermaanden: 118 000 ofwel meer dan 90%. Het fenomeen “heel het jaar door werken” en het wegdringen van andere werknemers blijkt al bij al zeer beperkt. Het onderzoek van Federgon toont aan dat veel jongeren een studentenjob nemen om hun zakgeld aan te vullen. Dat is nog iets helemaal anders dan het ganse jaar gaan werken. Ook zou een beetje vertrouwen in de studenten zeker geen kwaad kunnen. De meeste studenten nemen hun studies serieus en zij die wat laks zijn, zullen wel vroeg genoeg ondervinden dat ze zich moeten herpakken.

Opmerkelijk is dat de Vlaamse Vereniging van Studenten zich probleemloos voor de kar van de vakbondsjongeren laat spannen. De gelijkenissen tussen het standpunt van VVS (p8-9, sorry Stijn, er bestaat weldegelijk een standpunt, al is het zeer goed verstopt) en de uitspraken van ABVV-jongeren zijn treffend. En dat voor een zogenaamde onafhankelijke studentenkoepel.
extract uit het VVS standpunt:
Studenten die tijdens hun opleiding veel bijklussen omdat ze bijvoorbeeld hun studies moeten bekostigen of omdat ze een groot arbeidsethos hebben, moeten sociale rechten kunnen opbouwen met de gepresteerde studentenarbeid. Ook herintreders en zij-instromers die al wat ouder zijn dan de modale student, hebben er baat bij dat ze tijdens hun laattijdige studieloopbaan verder sociale rechten kunnen opbouwen. Als je tijdskrediet opneemt, is er bijvoorbeeld voorzien dat je toch in zeker mate verder pensioenrechten opbouwt. Ook als je educatief verlof opneemt blijf je verder sociale rechten opbouwen. Daarom valt het gewone RSZ-tarief te verkiezen boven een verminderingstarief dat nog steeds moet worden betaald zonder dat het enig voordeel oplevert voor de student in kwestie. We beperken ons niet alleen tot vakantiegeld maar ook tot pensioenrechten en wachttijdreducties…Studenten die tijdens hun studiecarrière regelmatig hebben gewerkt, zouden op die manier bijvoorbeeld de gepresteerde werkuren kunnen laten meetellen voor het inkorten van hun wachttijd. Ook de oudere studenten zouden ermee gebaat zijn om tijdens hun tweede kans op hoger onderwijs verder hun sociale rechten te kunnen opbouwen.
Ik vind het nogal vreemd dat men stelt dat het verminderingstarief geen enkel voordeel oplevert. Alsof een verminderd tarief op zich geen voordeel is. Als een student, en bij uitbereiding elke goede Belg, mag kiezen tussen een belastingstarief van 2,5%/4,5% of 13,07% dan denk ik dat de keuze snel gemaakt is. Vakantiegelden, pensioenrechten, wachttijdreducties zijn mijn inziens niet de hoofdbekommernis van studenten, want zoals al eerder aangehaald gaat het voornamelijk over een aanvulling op het zakgeld. Mensen die echt zelfstandig werken en studeren willen combineren, kunnen dit beter doen via reguliere arbeidscontracten. Het statuut van jobstudent lijkt me hiervoor niet het geschikte vehikel.
Ondertussen hebben de studentenraden van de KULeuven en de Ugent al laten weten dat zij wel tevreden zijn over de huidige jobstudentenregeling. De vraag is nu wie de mening van de student vertolkt. In alle geval toont de studie van Federgon aan dat studenten zelf zeer tevreden zijn over hun studentenjobs.
Volgens Federgon:
De grote meerderheid van de jobstudenten vindt het eveneens belangrijk dat ze werkervaring kunnen opdoen en dat deze ervaring een goede referentie vormt op hun CV. Bovendien vinden studenten dat uitzendwerk hen toegang geeft tot interessante aanbiedingen ook al beschikt men zelf niet over de nodige contacten. 65% van de jobstudenten ziet uitzendwerk als een adequaat middel om na zijn studies vast werk te vinden.
Ook JONGCD&V is positief over de huidige regeling. Zij willen het systeem zelfs nog versoepelen en stellen dat studenten zelf moeten kunnen kiezen wanneer ze die 46 dagen opnemen.