Waarom christendemocraten niet bang zijn van de multiculturele samenleving

Posted on 03 July 2009

De vorige editie van de DMK bevat een opiniestuk (”Waarom christendemocraten niet multiculturalistisch zijn”) waarin de onverzoenbaarheid van de christendemocratie met de multiculturele samenleving wordt bepleit en de teksten van het JONGCD&V-onderwijscongres op die grond inconsistentie worden verweten. Beide elementen smeken om een uitdrukkelijke weerlegging. Als leden van de werkgroep onderwijs zien wij hierin een uitdaging om een aantal zaken te verduidelijken, zowel met betrekking tot de congrestekst als met betrekking tot de ideologie van de christendemocratie.

De auteur van het betreffende opiniestuk verwijt de congrestekst enerzijds het multiculturalisme aan te hangen en anderzijds stellingen te bevatten die onverzoenbaar zijn met het multiculturalisme. Als mede-auteurs van de teksten merken we hier een wel zeer bizarre lezing van ons werk. Nergens in de tekst wordt er melding gemaakt van de term “multiculturalisme”. We weten maar al te goed dat deze term een negatieve connotatie oproept, vanuit een interpretatie die daaraan de extreem relativistische idee koppelt dat het in alle omstandigheden ongepast is om kritiek te leveren op de socio-culturele gedragingen van anderen, aangezien alle culturen evenwaardig zouden zijn. Er valt zeker en vast wel te lezen dat onze samenleving multicultureel is, een op zich neutrale vaststelling van het feit dat in onze samenleving mensen met een verschillende culturele identiteit leven. Tussen de term “multicultureel” en de term “multiculturalistisch”, in de interpretatie van de auteur van het opiniestuk, gaapt echter een aanzienlijke gedachtesprong, een subtiliteit die men blijkbaar al eens over het hoofd ziet. Dit gezegd zijnde, blijken vermeende contradicties al gauw uit de lucht gegrepen. Wij pleiten inderdaad voor een versterkt taalonderwijs, zowel voor het Nederlands als voor vreemde talen. Talenkennis is inderdaad essentieel om op een volwaardige manier te kunnen participeren aan de samenleving. Er is daarbij geen haar op ons hoofd dat denkt dat het aanleren van het Nederlands een gebrek aan respect voor andermans cultuur zou impliceren.

Betekent het feit we geen pleidooi voor “multiculturalisme” in zijn extreme interpretatie houden dat we het eens zijn met de auteur? Geenszins. Zijn visie op het afdwingen van de eigen cultuur, die hij vereenzelvigt met de christelijke normen en waarden, impliceert dat alle culturele elementen die niet stroken met ‘onze’ waarden en normen moeten verdwijnen. VB-leden verwoorden dit korter: aanpassen of opkrassen. Niet de multiculturele samenleving, maar wel een dergelijke assimilatiepolitiek valt niet te rijmen met de christendemocratie. Hierbij citeren we graag de tekst van de Nationale Raad over christendemocratie van 18 oktober jongstleden:

“De mengeling van verschillende levensvisies en culturele gebruiken bieden een meerwaarde aan onze samenleving, maar dagen deze tegelijkertijd ook uit. De onwennigheid en het onbegrip maken dat we andere culturen en religies vaak als een bedreiging zien. Als jonge christendemocraten willen we ons tegen deze visie op de multiculturele maatschappij kanten. Respect voor elke persoon en zijn/haar levensopvatting is een centraal gegeven in ons mondiaalbeeld.”

Deze stelling impliceert geen relativisme. Respect voor de ander vereist geen verminderde gehechtheid aan de eigen waarden, normen en tradities, integendeel:

“Respect voor de anderen is pas mogelijk wanneer we ook onze eigenwaarde kennen en trots zijn op onze eigen cultuur. In het respecteren van de andere willen we onze eigen traditie uitdragen.  Het respect voor de andere(n) mag met andere woorden niet ten koste gaan van het respect voor onszelf. Dit wil echter niet zeggen dat de christendemocratie de eigen cultuur als zaligmakend beschouwt, waarnaast geen weg bestaat. De weg van de dialoog is de enige weg waarin we geloven.”

Een utopisch streven naar een terugkeer van de monoculturele samenleving – hoever in de tijd moeten we daar eigenlijk voor terug? – is niet alleen irrealistisch, maar vooral overbodig. Geloven in de kracht van mensen en gemeenschappen om gezamenlijk aan een betere samenleving te bouwen is geen naïviteit, maar een morele plicht. Het delen van eenzelfde cultuur is geen absolute voorwaarde voor een harmonieuze samenleving. De maatschappij moet daarentegen een vruchtbare voedingsbodem bieden voor de ontplooiing van elke persoon in zijn eigenheid, binnen een gedeelde publieke moraal en gerichtheid op het algemeen belang. “De leidraad hiervoor wordt gevormd door de gemeenschappelijke waarden en normen, die ongeacht cultuur en geloof verbonden zijn met de mens”, aldus opnieuw de tekst van de Nationale Raad. De Amerikaanse socioloog en voorman van het communitarisme, Amitai Etzioni, heeft deze visie verduidelijkt aan de hand van een metafoor. Hij benadrukt dat de multiculturele samenleving geen smeltkroes mag worden, waar alles gemixt wordt en om het even is, maar evenmin een aaneenschakeling van getto’s. Ons streefdoel moet volgens Etzioni een samenleving als een mozaïek zijn:

“Het mozaïek wordt verrijkt door allerlei elementen met verschillende vormen en kleuren, maar wordt door een lijst en door lijm bij elkaar gehouden. Het mozaïek symboliseert een samenleving waarin verschillende gemeenschappen hun culturele bijzonderheden bewaren (van hun godsdienstige bindingen en taal tot hun keuken en dansen), bijzonderheden waar ze trots op zijn en alles vanaf weten. Tegelijkertijd erkennen deze verschillende gemeenschappen dat ze een integrerend deel uitmaken van een meeromvattend geheel. Bovendien hebben ze een stevige binding met het gemeenschappelijke kader.”

In antwoord op de auteur van het opiniestuk moeten we ten eerste benadrukken dat het respect voor de ander impliceert dat het gemeenschappelijke kader niet de omvattende moraal van de meerderheid kan of mag zijn en ten tweede dat de christelijke waarden en normen bezwaarlijk als unieke en exhaustieve inhoud van “onze” cultuur bestempeld kunnen worden. Dit neemt niet weg dat wij als christendemocraten onze inspiratie kunnen halen uit het christelijke gedachtegoed. Dat kleurt ons mens-, maatschappij- en wereldbeeld en bijgevolg ook ons perspectief op de waarden en normen die samenhangen met het menszijn zelf, zoals er ook andere perspectieven zijn. De gehechtheid van de verschillende gemeenschappen aan die publieke moraal en aan het algemeen belang heeft altijd een bepaalde invalshoek. Een multiculturele samenleving vergt dus een voortdurende dialoog waarin de verschillende invalshoeken aan bod kunnen komen en tot een consensus worden gebracht. Trouw aan de eigen cultuur staat die binding aan het maatschappelijke kader niet in de weg. Zeker, de schending van fundamentele menselijke waarden en normen mag niet getolereerd worden. Respect voor elkaar en gerichtheid op het algemeen welzijn zijn ook onontbeerlijk. Stukjes die deze lijm afstoten, vallen van de maatschappelijke mozaïek. Integratie betekent dat men de eigen identiteit weet in te passen binnen dat kader. Dat impliceert zonder twijfel aanpassingsproblemen. Bepaalde waarden, normen en tradities die deel uitmaken van oorspronkelijke culturele identiteiten zullen moeten bijgesteld worden. Laat echter duidelijk zijn dat er een groot verschil bestaat tussen de integratie in een gemeenschappelijk kader en een verbod op hun elementen die niet stroken met onze cultuur, zoals de auteur van het opiniestuk bepleit.

Terugkerend naar de congrestekst vinden we de verwoorde visie terug in de stelling dat het onderwijs, samen met de ouders, kinderen zo moeten vormen dat zij op een volwaardige manier kunnen participeren aan de samenleving, met een kritische, maar ook loyale blik op zichzelf en de samenleving. Een pluralistische samenleving vraagt enerzijds loyaliteit aan het algemeen belang en de publieke moraal en anderzijds een kritische ingesteldheid, zowel ten opzichte van zichzelf als ten opzichte van de samenleving. Dat is een belangrijke reden voor ons pleidooi voor filosofie in het secundair onderwijs. We zijn blij dat de auteur van het opiniestuk dit pleidooi ondersteunt. Alleen moet hij weten dat een kritische ingesteldheid niet gelijkstaat aan het opleggen van de eigen visie en dat de meerwaarde van de filosofie juist gelegen is in het vormen van een vermogen tot rationeel argumenteren vanuit een besef van de onvermijdelijke particulariteit van het eigen perspectief.

Dit debat is brandend actueel met de hetze rond het verbod op religieuze en politieke symbolen in de Antwerpse koninklijke athenea. De auteur van het opiniestuk maakte zeer duidelijk dat hij het dragen van een hoofddoek een onaanvaardbare uiting vindt van het zo verguisde multiculturalisme. We nemen de gelegenheid te baat om ook in deze casus te benadrukken dat zulk verbod niet strookt met het mens- en maatschappijbeeld van de christendemocratie. Niet alleen is het bannen van identiteit een ondoordachte manier van omgaan met multiculturaliteit en in tegenstrijd met het mozaïekmodel. Hier staat nog meer op het spel. Opnieuw kunnen we verwijzen naar de tekst van de Nationale Raad, waarin benadrukt wordt dat zingeving een cruciale rol speelt in de ontplooiing van een volwaardig menszijn. De samenleving moet ruimte scheppen voor levensbeschouwelijke overtuiging en beleving. Als christendemocraten koesteren we bijgevolg de vrijheid van godsdienstbeleving. De sociale druk die moslima’s ondervinden is een reëel probleem. Intolerantie bestrijd je echter niet met intolerantie. Inbreuken op de vrijheid van godsdienstbeleving (het recht om geen hoofddoek te dragen) bestrijd je niet met de afschaffing van de vrijheid van godsdienstbeleving (het recht om wel een hoofddoek te dragen). Een christendemocratische oplossing voor dit probleem pakt de wortel aan, verwijzend naar het feit dat sociale druk om een hoofddoek te dragen in tegenstrijd is met de fundamentele rechten en plichten die deel uitmaken van de publieke moraal. Dat is ongetwijfeld geen gemakkelijke strijd, maar een beter alternatief dan de strijd op te geven door levensbeschouwing te bannen.

Tot slot dit. De sociale werkelijkheid is complex. De multiculturele samenleving draagt verder bij aan die complexiteit. Simpele zwart-wit ideeën over wij tegen zij zijn misschien comfortabel, maar doen die complexiteit van de werkelijkheid oneer aan. De christendemocratie krijgt vaak het verwijt een onduidelijke en al te genuanceerde ideologie te zijn. Wij zijn er echter trots op een genuanceerd denken te vertegenwoordigen.

Dries Deweer, Annelies Bollaert,  Monika Van Steenbrugge en Dominiek Masschelein
Allen zijn leden van de werkgroep onderwijs van JONGCD&V.


No responses yet. You could be the first!

Leave a Response

Recent Posts

Tag Cloud

Meta

Dominiek Masschelein is proudly powered by WordPress and the SubtleFlux theme.

Copyright © Dominiek Masschelein.