Op een moment dat niemand het verwachtte, en vanuit een hoek die ook niemand verwachtte is BHV weer op tafel gegooid. De Franstaligen kondigen aan dat ze geen procedures meer zullen voeren tegen het wetsvoorstel en dat ze een onderhandelde oplossing verwachten. Gevolg: binnen afzienbare tijd komt het wetsontwerp op de plenaire. Gevolg: paniek en chaos slaat toe bij sommige partijgenoten.

In ieder geval is de logica van deze zet ver zoek en als ze er al is nogal discutabel. Op het eerste zicht lijkt het op het beroemde “who will blink first?” spel. Twee auto’s razen tegen hoge snelheid op elkaar af. Degene die het eerst uitwijkt verliest. Als er niemand uitwijkt, verliezen beide spelers. Een belangrijke veronderstelling hierbij is dat de twee auto’s ongeveer even sterk zijn, of anders gesteld dat de onderhandelingsposities even sterk zijn. Een Smart het laten opnemen tegen een Mercedes lijkt me niet conform de veronderstelling. In dit geval zitten we hier. De Franstalige positie is bijlange niet zo sterk als de Vlaamse. Ze rijden de “who will blink first” wedstrijd in de Smart.

Ten eerste is hun onderhandelingspositie niet geloofwaardig. De laatste maanden hebben ze geen enkele duimbreedte willen toegeven in het BHV dossier, getuige daarvan het belangenconflict. Dat ze nu plots al hun troeven uit handen zouden geven, houdt geen steek en te verwachten valt dat ze op het laatste moment alsnog belangenconflicten of een alarmbelprocedure zullen inroepen om de splitsing van BHV tegen te houden.

Ten tweede is hun dreigement om de regering te laten vallen ook niet zeer krachtig. De laatste maanden hebben aangetoond dat het al dan niet bestaan van een federale regering geen impact heeft op de economische toestand van het land. De toestand van onze economie is vooral onderhevig aan internationale factoren die ontsnappen aan de controle van de federale regering. Bovendien zijn de Franstaligen, financieel gezien, veel afhankelijker van de federale staat dan de Vlamingen. Tenslotte zou de daaruit voortvloeiende crise de regime het land wel eens in een richting kunnen duwen waar de Franstalige inwoners helemaal niet willen heen gaan.

Aangezien hun actie niet echt te verklaren valt binnen de context van de federale logica, moet er dus een andere logica achterzitten. Meer dan waarschijnlijk speelt de verhouding tussen de MR en de PS hier een zeer grote rol. Misschien is de wederzijdse aversie danig groot geworden dat ze aansturen op nieuwe verkiezingen in de hoop dat één van beiden als duidelijke winnaar uit de bus komt. Dat Ecolo en CDh helemaal meestappen in die logica is niet verwonderlijk aangezien alle peilingen hen mooie winst voorspellen. BHV is het ideale dossier om een dergelijk scenario in gang te zetten.

In ieder geval hebben de Franstaligen hun positie niet versterkt met deze laatste zet. Al proberen ze wel te doen alsof dat toch het geval is, door de hete patat door te schuiven naar Leterme en de CD&V. Ze rekenen er, niet helemaal onterecht, op dat Leterme alles zal doen om premier te blijven en daarbij zelfs bereid is om het kartel op te offeren. De honger naar de postjes in sommige CD&V kringen is enige kans die de Franstaligen hebben om hun slag thuis te halen en dat zullen ze ten volle proberen uitbuiten.

Het valt enkel af te wachten hoe de Vlaamse kamerleden zich zullen opstellen. De maanden is het ongenoegen en de frustratie over het ondermaatse resultaat niet minder geworden. De kans is reëel dat zij voor zichzelf een historische rol weggelegd zien en dat ze een einde zullen stellen aan dit circus. Misschien is dat nog de beste oplossing.

De zaak is zo klaar als een klontje: de Franstaligen zijn begonnen met het spelletje “who blinks first”, dus spelen wij het spel gewoon mee. Gedurende 2 weken kunnen we proberen om alsnog een akkoord te bereiken en kan het spel eindigen zonder verliezer. Als dat niet lukt, zijn er twee mogelijke uitkomsten: ofwel ‘blinken’ de Franstaligen en start er weer een procedure ofwel ‘blinkt’ er niemand en wordt de kieskring gesplitst en valt de regering.