Hieronder vind je een link naar een radio debat tussen enerzijds Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke en anderzijds VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten) voorzitter Ward Poelmans (Ugent) en COMAC’er Koen Hostyn (Ugent).
Het debat geeft een werkelijk ontluisterend beeld van VVS. Nog nooit zijn de studentenvertegenwoordigers zo slecht voor de dag gekomen. Ze verkondigen flagrante onwaarheden en trekken enkel de kaart van universiteitsstudenten die eindeloos willen verderstuderen op kosten van de samenleving. Ze merken blijkbaar ook de kleine incorrectheden in het betoog van de minister niet op. Men kan zich dus echt wel de vraag stellen of deze mensen hun dossiers kennen. Hebben ze ooit eens de moeite genomen om het ontwerp van decreet te lezen? Het kost de minister dan ook helemaal geen moeite om brandhout te maken van het VVS standpunt.
http://www.radio1.be/programmas/och1/515983/


Ik heb dat ook gehoord. Inderdaad een serieuze afgang voor de betrokken stuvers! Ik hoop voor hen dat ze straks hun examenstof beter kennen dan hun dossiers.
Even over het plan Vandenbroucke. De minister wil het geld voor de instellingen laten afhangen van de kwaliteit van hun onderwijs. Tegen dit principe kan een mens weinig inbrengen. Maar op Domi’s site kunnen we het natuurlijk niet laten toch een poging te doen…
Uniek aan het hoger onderwijs is dat degenen die instaan voor het onderwijs tegelijk ook bezig zijn met onderzoek. Dit is momenteel vooral zo aan de universiteiten, maar nu ook meer en meer aan de hogescholen. De output van de instellingen is dus essentieel tweeledig. Het is heus niet vanzelfsprekend dat een goed onderzoeker ook een goed lesgever is, en omgekeerd. Ik denk dat het financieel onhaalbaar is beide functies ambtelijk te scheiden. Daarom is men gedwongen bij de beoordeling van de instellingen met beide facetten TEGELIJK rekening houden.
Bezorgder ben ik over de praktische invulling van het plan van de minister. Voor zover ik het begrepen heb zal de kwaliteit van het onderwijs enkel en alleen worden afgemeten aan het slaagpercentage. De subsidies van de instellingen zullen evenredig zijn met dit percentage. Het enige mechanisme dat de docenten er straks van moet weerhouden met een grote stootkar op de markt diploma’s te gaan staan uitdelen, is de accreditering van de opleidingen. Wordt de opleiding te zwak bevonden, dan dreigt ze haar accreditatie door de overheid te verliezen en worden die diploma’s dus zo goed als waardeloos. Omtrent de accreditatie heb ik de volgende opmerkingen.
1. Vlaanderen is een kleine lap grond met een makkelijk overzienbaar aantal hogescholen en universiteiten gegroepeerd in vijf associaties. Van deze associaties vertegenwoordigt die van de KULeuven op zijn eentje bijna de volledige katholieke zuil, en zijn verder deze van de VUB en de UGent al naar mekaar aan het lonken. Als men in Vlaanderen een bepaalde opleiding wil volgen, dan heeft men vaak niet veel mogelijkheden qua scholen/universiteiten laat staan associaties. Het meest extreme voorbeeld is wellicht dit van de diergeneeskunde, waarvan bij mijn weet de masters enkel aan de UGent worden ingericht. Zal de accrediteringsinstantie het werkelijk kunnen overwegen pakweg de geneeskundeopleiding van de KULeuven droog te leggen, mocht zij dit nodig achten? Het zal in de praktijk wel bij waarschuwingen blijven, zeker.
2. Wanneer kan men de accreditatiecommissie werkelijk onafhankelijk noemen? Als ze bestaat uit een evenredige vertegenwoordiging van de associaties? Of gaan ze het doen met een “internationaal panel”, dat in de praktijk dan wel weer voor 90% uit onze Nederlandse en Waalse vrienden zal bestaan.
3. De accreditatiecommissie is als waakhond van de onderwijskwaliteit een aan-uitregelaar met een dode tijd van wellicht zowat drie jaar. Dat is een verdomd slechte regeling! Stel dat de ene school van de commissie een uitstekend rapport krijgt, terwijl de andere met de hakken over de sloot de accreditatie binnenhaalt. Dan is die tweede school toch veel beter af, want zij kan gemakkelijk meer diploma’s afleveren en dus volgend jaar ook op meer subsidies rekenen. Anderzijds is het mogelijk dat er tussen de verschillende doorlichtingen door in een opleiding enorm veel misloopt.
Ziezo. Dat is mijn commentaar bij het werk van minister Vandenbroucke. Ik heb het ontwerp van decreet niet gelezen, dus het kan zijn dat ik dingen heb gezegd die niet volledig kloppen. Maar goed, ik ga mijn mening dan ook niet verkondigen op de nationale Radio. Domi’s site moet nog net lukken, me dunkt. Graag jullie verbeteringen en/of commentaar!
Raf
Ik denk dat dit aansluit bij 2 vaststellingen die ik de afgelopen jaren maakte:
1/ Vanuit de instellingen met een sterke studentenparticipatie - en dat geldt a fortiori voor de instellingen met de grootste traditie wat medebestuur betreft, de UGent en de VUB - zijn het al jaren niet de sterkste stuvers die naar het VVS-bestuur trekken. Waarom zouden ze ook? Binnen hun instelling zijn ze volwaardig medebestuurder en op Vlaams niveau hebben ze formeel niks te zeggen. Ik denk dat iedereen genoeg beleidsmensen kent om te beseffen dat het gezag van VVS zich onder het nulpunt bevindt.
2/ Het feit dat de VVS-studenten hun visie niet geloofwaardig kunnen uiteenzetten, heeft natuurlijk veel te maken met het feit dat ze dat binnen VVS amper hoeven te doen. Bezoldigde medewerkers denken voor hen. Dit is enkel nog erger geworden sinds Peter Craeyeveld het voor bekeken hield. Ik denk dat velen later de conclusie zullen trekken dat het mensen als Nele Spaas zijn die, omdat ze hun hyperindividuele idelogie verkopen als studentenstandpunt, de studentenvertegenwoordiging op Vlaams niveau, (tijdelijk) hebben kapot gemaakt.
Naast de opmerkingen ivm de accreditatie nog toevoegen dat een instelling die afgestudeerden van een hogere kwaliteit aflevert en strenger is, dan ook nog eens geld gaat verliezen door die f*cking outputfinanciering. Dat veel bedrijven aangeven liever ingenieurs van UGent en KULeuven aan te nemen dan die van de VUB, is met een reden. Zie ook de VLIR-visitatierapporten. Net die kwaliteit gaat de minister nu financieel bestraffen.
(neem geen aanstoot aan het voorbeeld van de ingenieurs, bij andere opleidingen kan het anders zijn)
Over de outputfinanciering:
Dat men daardoor geld zou verliezen of dat dat een negatieve invloed zou hebben op de kwaliteit van het onderwijs is een klassieke misvatting.
http://dominiek.masschelein.net/files/inputoutput.JPG
ii = aantal studiepunten geteld als input van academiejaar i
oi = aantal studiepunten geteld als output van academiejaar i
totaal bij input financiering is dan: I = Σ ii
totaal bij output financiering is dan: O = Σ oi
We weten ook dat oi = ii+1 omdat het begin van academiejaar i+1 onmiddellijk volgt op het einde van academiejaar i. De output van het eerste academiejaar is dus gelijk aan de input van het tweede (i2 = o1) enzovoort.
Het verschil tussen I en O is dan I – O = i1 + i2 + i3 + i4 – o1 – o2 – o3 – o4 = i1 - o4
Wat is nu het verband tussen opeenvolgende i’s of o’s?
Dat is het slaagpercentage sa (0 < s <1), waarbij ij = sa * ii of oj = sa * oi , met a, een aanduiding van het academiejaar, element van {1,2,3,4}
Voorbeeld:
i3 = s2 * i2
o2 = s2 * o1
Men kan vervolgens gemakkelijk inzien dat het verband tussen i1 en o4 gelijk is aan:
o4 = s1 * s2 * s3 * s4 *i1
Dat is overduidelijk een lineair verband. Hierdoor zal elke economisch of financieel effect tengevolge van variabele studiepunt gerelateerde financiering zowel tot uiting komen bij input financiering als outputfinanciering. Een dalend slaagpercentage zal niet enkel een negatief effect hebben op de totale output O maar ook op de totale input I.
Omgekeer zal een stijgend slaagpercentage een positief effect hebben op zowel de totale output O als de totale input I.
De redenering dat de outputfinanciering ervoor zorgt dat, door de studenten er zomaar door te laten, een universiteit of hogeschool dan meer middelen zou krijgen, gaat evengoed op voor inputfinanciering. Dat heeft met andere woorden niets te maken met input of output, maar enkel met het feit dat de financiering afhankelijk wordt gemaakt van het aantal studiepunten en dus van het aantal studenten. Hoe meer studiepunten in omloop hoe groter het deel dat een hogeschool of universiteit ontvangt uit de totale werkingsmiddelen. Wil je dat risico volledig uitsluiten dan is een 100% studentonafhankelijke financiering de enige oplossing.
Je vergeet de lusjes: iemand die bist, genereert een tweede keer input.
Als je redeneert vanuit het standpunt van een individu wel. Maar ik wou het globaal beeld schetsen.
Voor alle duidelijkheid: ik viseerde allerminst in mijn post Mattias Willems en - alle ambras ten spijt - Hans Plancke. Mattias Willems is een bijzonder intelligent en sociaal getalenteerd studentenvertegenwoordiger die tijdens zijn VVS-mandaat ook binnen de UGent actief bleef. Hans Plancke was voor hij VVS-voorzitter werd een topstudentenvertegenwoordiger, hoewel hij nooit in de Raad van Bestuur van de UGent zat.
Verder blijf ik natuurlijk wel bij mijn stelling, vooral dan bij het feit dat aan de UGent, dankzij het oprechte medebestuursmodel, heel veel meer te doen valt dan bij VVS, dat de laatste jaren niks wezenlijks realiseerde.
Dank voor de duidelijkheid. Al vind ik het vreemd dat een dergelijke verduidelijking meer dan 4 maand na datum wordt toegevoegd. Ik kan me niet inbeelden dat daar iemand nog wakker van ligt. Of dat moet iemand zijn met toch wel immense frustraties…