BHV eenzijdig splitsen is geen christendemocratische oplossing
Posted on 2 May 2010 | 1 response
De hele BHV saga is met een sisser afgelopen. De Franstalige Kamerleden trokken aan de alarmbel waardoor het wetsvoorstel naar de prullenmand werd verwezen en het dossier weer terug naar af is. Voor wie er nog aan twijfelde is het bij deze bewezen dat de eenzijdige spitsing juridisch/technisch gewoon onmogelijk uit te voeren is. Ik vind dat geen slechte zaak omdat een eenzijdige splitsing haaks staat op het christendemocratisch gedachtegoed en dit op drie punten.
Primo, een strikte toepassing van het territorialiteitsbeginsel, zoals voorgesteld in het wetsvoorstel, is niet te verzoenen met het personalistisch wereldbeeld van de christendemocratie. Daar waar het territorialisme de persoon ondergeschikt maakt aan het grondgebied waarop hij leeft, neemt het personalisme de mens als maatstaf voor het politiek denken en handelen. In de Vlaamse rand rond Brussel woont een historische Franstalige gemeenschap die sterke culturele, sociaal-economische en politieke banden heeft met de hoofdstad. Als christendemocraten trouw blijven aan hun eigen filosofie en de mens als maatstaf voor hun politiek handelen nemen dan zijn compensaties (zoals faciliteiten, inschrijvingsrechten, apparentering) voor een splitsing van BHV perfect verdedigbaar. Opmerkelijk is dat het Grondwettelijk Hof in haar arrest iets gelijkaardigs schreef. (http://www.const-court.be/public/n/2003/2003-073n.pdf B.9.7.) Deze belangrijke nuance wordt door politici gemakshalve achterwege gelaten.
Ten tweede valt een stemming van Nederlandstaligen tegen Franstaligen ook niet te verzoenen met een tweede belangrijk aspect van het christendemocratisch gedachtegoed, namelijk dat onze samenleving maar succesvol kan zijn als als de verschillende gemeenschappen waaruit ze is opgebouwd constructief samenwerken. Het personalisme beschouwt taalgemeenschappen, geloofsgemeenschappen, culturele gemeenschappen, verenigingen, kortom het ganse middenveld als de bouwstenen van onze maatschappij. De Vlaamse en de Franstalige gemeenschap zijn de twee belangrijkste bouwstenen van onze maatschappij. De politieke praktijk van de voorbije drie jaar heeft voldoende aangetoond hoe belangrijk het is dat zij opnieuw, samen, op constructieve wijze, verder bouwen aan onze samenleving.
Tenslotte moeten we ook het principe van het rentmeesterschap in gedachten houden. Een eenzijdige splitsing van BHV zou de relaties tussen Franstaligen en Nederlandstaligen zodanig verzieken dat een communautaire dialoog gedurende vele jaren onmogelijk is. En laat dat nu net veel belangrijker zijn dan de discussie over een kieskring. De echte uitdagingen liggen in de hervorming van onze staatsstructuur. Als we op lange termijn onze welvaart en ons welzijn willen veiligstellen dan moeten we onze staatsstructuur drastisch vereenvoudigen en slagkrachtig maken. Dan moeten we de deelstaten en lagere besturen meer autonomie geven. Deze hervormingen zijn hoogdringend. Een eenzijdige splitsing zou slechts een pyrrusoverwinning zijn.
Omwille van deze drie redenen moeten we onderhandelen met de Franstalige gemeenschap als we de kieskring BHV willen splitsen. Dat daarbij allerlei compensaties en modaliteiten zullen worden afgesproken is niet meer dan normaal en zelfs wenselijk. Als het water toch te diep zou blijven rest er nog één andere oplossing. We kunnen nog altijd terugkeren naar de oude arrondissementele kieskringen. Daar was helemaal niets mis mee, in tegendeel, kleinere kieskringen staan dichter bij de mensen en geven meer inspraak aan de kiezers ten nadele van de partijbureaus. Het betekent wel dat een aantal politici hun kar moeten keren en holle slogans zoals “onverwijld”, “zonder prijs” en “5 minuten politieke moed” terug inslikken. En ja dat komt neer op gezichtsverlies…
Dance for the climate
Posted on 11 November 2009 | No responses
Jonge christendemocraten laken houding CD&V in hoofddoekendebat
Posted on 16 September 2009 | No responses
Christendemocraten zijn opportunisten, wordt gezegd. De vriendelijke versie van dit verwijt houdt het bij grijze pragmatici die steevast het midden houden tussen links en rechts. Achter deze karikatuur schuilt echter een genuanceerde ideologie, gericht op de ontplooiing van de menselijke persoon. De christendemocratie kiest geen inspiratieloze middenweg tussen vrijheid en gelijkheid. Ze biedt een fundamenteel alternatief, waarbij elke mens telt als mens, in zijn eigenheid én verbondenheid. In de politieke praktijk vergt deze visie een afweging van essentiële waarden. Dé uitdaging voor christendemocraten is het volbrengen van deze evenwichtsoefening, aangepast aan veranderende maatschappelijke omstandigheden, maar trouw aan de beginselen. Als de christendemocratie de mist ingaat, dan gebeurt dit niet door een gebrek aan ideologische grondslag, maar door evenwichtsverlies. Denk maar aan het CDA in Nederland, dat sinds een paar jaar een neoconservatieve socio-economische koers vaart, die terecht eigen verantwoordelijkheid benadrukt, maar onterecht het nodige tegengewicht van de solidariteit uit de balans verwijdert. Wij zien met lede ogen aan dat CD&V op een gelijkaardige manier het evenwicht dreigt te verliezen in een ander maatschappelijk vraagstuk, namelijk het hoofddoekenverbod. CD&V hult zich in relatief stilzwijgen. De scholen hebben het recht om die beslissing te nemen en die vrijheid van onderwijs vinden christendemocraten bijzonder belangrijk. Terecht, maar wat ontsnapt hier aan de aandacht?
Zingeving speelt een cruciale rol in de ontplooiing van een volwaardig menszijn. De samenleving moet ruimte scheppen voor levensbeschouwelijke overtuiging en beleving, niet alleen achter gesloten deuren, maar ook in het publieke domein. Als christendemocraten koesteren we bijgevolg niet alleen de vrijheid van onderwijs, maar ook de vrijheid van godsdienstbeleving. De sociale druk die moslima’s in bepaalde milieus ondervinden is een reëel probleem. Intolerantie bestrijd je echter niet met intolerantie. Inbreuken op de gewetensvrijheid en de vrijheid van godsdienstbeleving (het recht om geen hoofddoek te dragen) bestrijd je niet met de afschaffing van deze vrijheid (het recht om wel een hoofddoek te dragen). Een christendemocratische oplossing voor dit probleem pakt de wortel aan, verwijzend naar het feit dat sociale druk om een hoofddoek te dragen in strijd is met de fundamentele rechten en plichten die deel uitmaken van de publieke moraal. Daarbij moeten we ook beseffen dat het probleem van deze sociale druk in Antwerpen niet was ontstaan indien geen enkele school de hoofddoek had verboden. Het is duidelijk dat als slechts een paar scholen zich open opstellen, zij het slachtoffer worden van deze openheid en een magneet worden voor meer radicale moslims. De strijd tegen de sociale druk aangaan is ongetwijfeld niet de gemakkelijkste keuze, maar een beter alternatief dan de strijd op te geven door levensbeschouwing te bannen. Wij wachten dus op de prominente christendemocraat die de vrijheid van onderwijs respecteert, maar zich wel mengt in het publiek debat om duidelijk te maken dat het verbod niet strookt met de fundamentele waarden van de christendemocratie.
Waarom gebeurt dit niet? Politiek is een complexe zaak; een eenvoudig antwoord bestaat niet. Wel hebben we tot hiertoe in abstracto gesproken over de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van godsdienstbeleving, zonder de multiculturele kant van de zaak in de analyse te betrekken. Multiculturaliteit heeft de neiging de geesten te vertroebelen. Nochtans gelden de christendemocratische uitgangspunten onverkort in een multiculturele context: aandacht voor eigenheid én verbondenheid. Het beleven van eenzelfde cultuur is geen absolute voorwaarde voor een harmonieuze samenleving. De maatschappij moet daarentegen een vruchtbare voedingsbodem bieden voor de ontplooiing van elke persoon in zijn eigenheid, binnen een gedeelde publieke moraal en gerichtheid op het algemeen belang. De leidraad hiervoor wordt gevormd door de gemeenschappelijke waarden en normen, die ongeacht cultuur en geloof verbonden zijn met de mens. De Amerikaanse socioloog en voorman van het communitarisme, Amitai Etzioni, heeft deze visie verduidelijkt aan de hand van een metafoor. Hij benadrukt dat de multiculturele samenleving geen smeltkroes mag worden, waar alles gemixt wordt en om het even is, maar evenmin een aaneenschakeling van getto’s. Het streefdoel is een samenleving als een mozaïek, verrijkt door allerlei elementen met verschillende vormen en kleuren, door een lijst en lijm bij elkaar gehouden. Trouw aan de eigen cultuur en religie staat die binding aan het maatschappelijke kader niet in de weg. De schending van fundamentele menselijke waarden en normen mag echter niet getolereerd worden. Respect voor elkaar is onontbeerlijk. Stukjes die de lijm afstoten, verstoren de harmonie van de maatschappelijke mozaïek. Een vitale hedendaagse samenleving gunt haar verschillende gemeenschappen de nodige ruimte om binnen dat kader de eigen identiteit te beleven en uit te dragen. Dit betekent niet dat er geen grenzen zijn. Kledingstukken als een boerka zijn, eerder dan religieuze symbolen, instrumenten om vrouwen te onderdrukken en staan haaks op de gedeelde waarden en normen.
Wij hebben in principe ook geen bezwaar tegen het oprichten van islamitische vrije scholen, waar de eigen culturele en levensbeschouwelijke waarden doorgegeven worden samen met de publieke waarden van onze gedeelde maatschappij. Zo’n oprichting moet echter een positieve keuze zijn, geen noodgedwongen uitweg omdat men zich niet meer thuis kan voelen in het onderwijs dat de bredere samenleving inricht. Het is opvallend dat minister Smet in dat verband beklemtoont dat scholen een weerspiegeling van de maatschappij moeten bieden. Des te meer onaanvaardbaar dat er in het gemeenschapsonderwijs geen ruimte meer zou zijn voor de verscheidenheid aan levensbeschouwelijke identiteiten die onze samenleving rijk is.
De lijm voor de samenleving kent geen exact recept. Alleen in dialoog kunnen we de fundamentele waarden en normen die verbonden zijn met het menszijn omzetten tot een werkbaar en substantieel kader voor het functioneren van de maatschappij. Wij storen ons aan het feit dat het christendemocratische verhaal al te zeer afwezig blijft in het publieke debat dat deze dialoog moet dragen. De balans van uitgangspunten wankelt bij CD&V. Het is nog niet te laat om het evenwicht te herstellen.
Dries Deweer, Dominiek Masschelein, Bert Smits, Monika Van Steenbrugge, Bart Vranken
De ondertekenaars zijn allen lid van JONGCD&V
Waarom christendemocraten niet bang zijn van de multiculturele samenleving
Posted on 3 July 2009 | No responses
De vorige editie van de DMK bevat een opiniestuk (“Waarom christendemocraten niet multiculturalistisch zijn”) waarin de onverzoenbaarheid van de christendemocratie met de multiculturele samenleving wordt bepleit en de teksten van het JONGCD&V-onderwijscongres op die grond inconsistentie worden verweten. Beide elementen smeken om een uitdrukkelijke weerlegging. Als leden van de werkgroep onderwijs zien wij hierin een uitdaging om een aantal zaken te verduidelijken, zowel met betrekking tot de congrestekst als met betrekking tot de ideologie van de christendemocratie.
De auteur van het betreffende opiniestuk verwijt de congrestekst enerzijds het multiculturalisme aan te hangen en anderzijds stellingen te bevatten die onverzoenbaar zijn met het multiculturalisme. Als mede-auteurs van de teksten merken we hier een wel zeer bizarre lezing van ons werk. Nergens in de tekst wordt er melding gemaakt van de term “multiculturalisme”. We weten maar al te goed dat deze term een negatieve connotatie oproept, vanuit een interpretatie die daaraan de extreem relativistische idee koppelt dat het in alle omstandigheden ongepast is om kritiek te leveren op de socio-culturele gedragingen van anderen, aangezien alle culturen evenwaardig zouden zijn. Er valt zeker en vast wel te lezen dat onze samenleving multicultureel is, een op zich neutrale vaststelling van het feit dat in onze samenleving mensen met een verschillende culturele identiteit leven. Tussen de term “multicultureel” en de term “multiculturalistisch”, in de interpretatie van de auteur van het opiniestuk, gaapt echter een aanzienlijke gedachtesprong, een subtiliteit die men blijkbaar al eens over het hoofd ziet. Dit gezegd zijnde, blijken vermeende contradicties al gauw uit de lucht gegrepen. Wij pleiten inderdaad voor een versterkt taalonderwijs, zowel voor het Nederlands als voor vreemde talen. Talenkennis is inderdaad essentieel om op een volwaardige manier te kunnen participeren aan de samenleving. Er is daarbij geen haar op ons hoofd dat denkt dat het aanleren van het Nederlands een gebrek aan respect voor andermans cultuur zou impliceren.
Betekent het feit we geen pleidooi voor “multiculturalisme” in zijn extreme interpretatie houden dat we het eens zijn met de auteur? Geenszins. Zijn visie op het afdwingen van de eigen cultuur, die hij vereenzelvigt met de christelijke normen en waarden, impliceert dat alle culturele elementen die niet stroken met ‘onze’ waarden en normen moeten verdwijnen. VB-leden verwoorden dit korter: aanpassen of opkrassen. Niet de multiculturele samenleving, maar wel een dergelijke assimilatiepolitiek valt niet te rijmen met de christendemocratie. Hierbij citeren we graag de tekst van de Nationale Raad over christendemocratie van 18 oktober jongstleden:
“De mengeling van verschillende levensvisies en culturele gebruiken bieden een meerwaarde aan onze samenleving, maar dagen deze tegelijkertijd ook uit. De onwennigheid en het onbegrip maken dat we andere culturen en religies vaak als een bedreiging zien. Als jonge christendemocraten willen we ons tegen deze visie op de multiculturele maatschappij kanten. Respect voor elke persoon en zijn/haar levensopvatting is een centraal gegeven in ons mondiaalbeeld.”
Deze stelling impliceert geen relativisme. Respect voor de ander vereist geen verminderde gehechtheid aan de eigen waarden, normen en tradities, integendeel:
“Respect voor de anderen is pas mogelijk wanneer we ook onze eigenwaarde kennen en trots zijn op onze eigen cultuur. In het respecteren van de andere willen we onze eigen traditie uitdragen. Het respect voor de andere(n) mag met andere woorden niet ten koste gaan van het respect voor onszelf. Dit wil echter niet zeggen dat de christendemocratie de eigen cultuur als zaligmakend beschouwt, waarnaast geen weg bestaat. De weg van de dialoog is de enige weg waarin we geloven.”
Een utopisch streven naar een terugkeer van de monoculturele samenleving – hoever in de tijd moeten we daar eigenlijk voor terug? – is niet alleen irrealistisch, maar vooral overbodig. Geloven in de kracht van mensen en gemeenschappen om gezamenlijk aan een betere samenleving te bouwen is geen naïviteit, maar een morele plicht. Het delen van eenzelfde cultuur is geen absolute voorwaarde voor een harmonieuze samenleving. De maatschappij moet daarentegen een vruchtbare voedingsbodem bieden voor de ontplooiing van elke persoon in zijn eigenheid, binnen een gedeelde publieke moraal en gerichtheid op het algemeen belang. “De leidraad hiervoor wordt gevormd door de gemeenschappelijke waarden en normen, die ongeacht cultuur en geloof verbonden zijn met de mens”, aldus opnieuw de tekst van de Nationale Raad. De Amerikaanse socioloog en voorman van het communitarisme, Amitai Etzioni, heeft deze visie verduidelijkt aan de hand van een metafoor. Hij benadrukt dat de multiculturele samenleving geen smeltkroes mag worden, waar alles gemixt wordt en om het even is, maar evenmin een aaneenschakeling van getto’s. Ons streefdoel moet volgens Etzioni een samenleving als een mozaïek zijn:
“Het mozaïek wordt verrijkt door allerlei elementen met verschillende vormen en kleuren, maar wordt door een lijst en door lijm bij elkaar gehouden. Het mozaïek symboliseert een samenleving waarin verschillende gemeenschappen hun culturele bijzonderheden bewaren (van hun godsdienstige bindingen en taal tot hun keuken en dansen), bijzonderheden waar ze trots op zijn en alles vanaf weten. Tegelijkertijd erkennen deze verschillende gemeenschappen dat ze een integrerend deel uitmaken van een meeromvattend geheel. Bovendien hebben ze een stevige binding met het gemeenschappelijke kader.”
In antwoord op de auteur van het opiniestuk moeten we ten eerste benadrukken dat het respect voor de ander impliceert dat het gemeenschappelijke kader niet de omvattende moraal van de meerderheid kan of mag zijn en ten tweede dat de christelijke waarden en normen bezwaarlijk als unieke en exhaustieve inhoud van “onze” cultuur bestempeld kunnen worden. Dit neemt niet weg dat wij als christendemocraten onze inspiratie kunnen halen uit het christelijke gedachtegoed. Dat kleurt ons mens-, maatschappij- en wereldbeeld en bijgevolg ook ons perspectief op de waarden en normen die samenhangen met het menszijn zelf, zoals er ook andere perspectieven zijn. De gehechtheid van de verschillende gemeenschappen aan die publieke moraal en aan het algemeen belang heeft altijd een bepaalde invalshoek. Een multiculturele samenleving vergt dus een voortdurende dialoog waarin de verschillende invalshoeken aan bod kunnen komen en tot een consensus worden gebracht. Trouw aan de eigen cultuur staat die binding aan het maatschappelijke kader niet in de weg. Zeker, de schending van fundamentele menselijke waarden en normen mag niet getolereerd worden. Respect voor elkaar en gerichtheid op het algemeen welzijn zijn ook onontbeerlijk. Stukjes die deze lijm afstoten, vallen van de maatschappelijke mozaïek. Integratie betekent dat men de eigen identiteit weet in te passen binnen dat kader. Dat impliceert zonder twijfel aanpassingsproblemen. Bepaalde waarden, normen en tradities die deel uitmaken van oorspronkelijke culturele identiteiten zullen moeten bijgesteld worden. Laat echter duidelijk zijn dat er een groot verschil bestaat tussen de integratie in een gemeenschappelijk kader en een verbod op hun elementen die niet stroken met onze cultuur, zoals de auteur van het opiniestuk bepleit.
Terugkerend naar de congrestekst vinden we de verwoorde visie terug in de stelling dat het onderwijs, samen met de ouders, kinderen zo moeten vormen dat zij op een volwaardige manier kunnen participeren aan de samenleving, met een kritische, maar ook loyale blik op zichzelf en de samenleving. Een pluralistische samenleving vraagt enerzijds loyaliteit aan het algemeen belang en de publieke moraal en anderzijds een kritische ingesteldheid, zowel ten opzichte van zichzelf als ten opzichte van de samenleving. Dat is een belangrijke reden voor ons pleidooi voor filosofie in het secundair onderwijs. We zijn blij dat de auteur van het opiniestuk dit pleidooi ondersteunt. Alleen moet hij weten dat een kritische ingesteldheid niet gelijkstaat aan het opleggen van de eigen visie en dat de meerwaarde van de filosofie juist gelegen is in het vormen van een vermogen tot rationeel argumenteren vanuit een besef van de onvermijdelijke particulariteit van het eigen perspectief.
Dit debat is brandend actueel met de hetze rond het verbod op religieuze en politieke symbolen in de Antwerpse koninklijke athenea. De auteur van het opiniestuk maakte zeer duidelijk dat hij het dragen van een hoofddoek een onaanvaardbare uiting vindt van het zo verguisde multiculturalisme. We nemen de gelegenheid te baat om ook in deze casus te benadrukken dat zulk verbod niet strookt met het mens- en maatschappijbeeld van de christendemocratie. Niet alleen is het bannen van identiteit een ondoordachte manier van omgaan met multiculturaliteit en in tegenstrijd met het mozaïekmodel. Hier staat nog meer op het spel. Opnieuw kunnen we verwijzen naar de tekst van de Nationale Raad, waarin benadrukt wordt dat zingeving een cruciale rol speelt in de ontplooiing van een volwaardig menszijn. De samenleving moet ruimte scheppen voor levensbeschouwelijke overtuiging en beleving. Als christendemocraten koesteren we bijgevolg de vrijheid van godsdienstbeleving. De sociale druk die moslima’s ondervinden is een reëel probleem. Intolerantie bestrijd je echter niet met intolerantie. Inbreuken op de vrijheid van godsdienstbeleving (het recht om geen hoofddoek te dragen) bestrijd je niet met de afschaffing van de vrijheid van godsdienstbeleving (het recht om wel een hoofddoek te dragen). Een christendemocratische oplossing voor dit probleem pakt de wortel aan, verwijzend naar het feit dat sociale druk om een hoofddoek te dragen in tegenstrijd is met de fundamentele rechten en plichten die deel uitmaken van de publieke moraal. Dat is ongetwijfeld geen gemakkelijke strijd, maar een beter alternatief dan de strijd op te geven door levensbeschouwing te bannen.
Tot slot dit. De sociale werkelijkheid is complex. De multiculturele samenleving draagt verder bij aan die complexiteit. Simpele zwart-wit ideeën over wij tegen zij zijn misschien comfortabel, maar doen die complexiteit van de werkelijkheid oneer aan. De christendemocratie krijgt vaak het verwijt een onduidelijke en al te genuanceerde ideologie te zijn. Wij zijn er echter trots op een genuanceerd denken te vertegenwoordigen.
Dries Deweer, Annelies Bollaert, Monika Van Steenbrugge en Dominiek Masschelein
Allen zijn leden van de werkgroep onderwijs van JONGCD&V.
Waarom een belastingvermindering voor studiekosten in het hoger onderwijs geen goed idee is
Posted on 29 June 2009 | 1 response
Op 20 juni 2009 lanceerden CD&V-senatoren Pol Van Den Driessche en Els Schelfhout een wetsvoorstel dat studeren in het hoger onderwijs goedkoper moet maken. Ze stellen voor dat gezinnen een belastingskrediet van 40% kunnen krijgen met een maximum van € 2650 voor gezinnen met een inkomen lager dan € 22870 en tot de helft voor gezinnen met een hoger inkomen. Bewezen uitgaven voor de huur van een kot, inschrijfkosten, verplaatsingskosten en kosten voor studiemateriaal komen hiervoor in aanmerking. De senatoren wijzen erop dat deze maatregelen nodig zijn omdat deze studiekosten nog altijd geen evidentie zijn voor gezinnen met een laag of gemiddeld inkomen. De kosten van het wetsvoorstel kunnen volgens hun eigen schattingen oplopen tot € 620 miljoen.
De bezorgdheid omtrent de hoogte van werkelijke studiekosten en de last die hierdoor gelegd wordt op gezinnen met een laag inkomen is terecht, maar dit wetsvoorstel is niet de geschikte piste om hier iets aan te doen en dit omwille van volgende redenen:
- Sinds de derde staatshervorming (1988-1989) is de bevoegdheid over het hele onderwijs, op enkele kleine uitzonderingen na overgedragen naar de Gemeenschappen. Ook de ondersteunende sociale stelsels zijn sindsdien door de Gemeenschappen verder uitgebouwd en omvatten ondermeer collectieve en specifieke studentenvoorzieningen, studietoelagen en verlaagde inschrijvingsgelden.
- Het wetsvoorstel geldt uiteraard voor het hele land en komt eigenlijk neer op een “gratis” bijkomende subsidiëring van het Franstalig onderwijs, dat al jaren lijdt onder een chronisch gebrek aan middelen. Ervaringen uit het verleden, cfr. het Lambermont akkoord, leren ons dat dergelijke cadeaus onze onderhandelingspositie voor een nieuwe staatshervorming geen goed doen. Het mag daarom niet verbazen dat senatoren van MR en CDH het voorstel genegen zijn.
- De bekommernis om studeren goedkoper te maken door de invoering van het belastingkrediet komt niet tegemoet aan de reële noden waarmee mensen met lage inkomens kampen bij aanvang van de studie. Fiscale stimuli zijn pas twee jaar later voelbaar. Het huidige systeem van verlaagde studiegelden en studiefinanciering is daarom een veel betere maatregel omdat het een onmiddellijke impact heeft op financiële situatie van de studenten/gezinnen.
- De federale overheid kampt met enorme begrotingstekorten en heeft nauwelijks voldoende middelen om haar eigen kernopdrachten naar behoren te vervullen. Men kan stellen dat problemen als de vergrijzing, de economische crisis en het begrotingstekort een hogere prioriteit hebben.
Omwille van deze redenen is het beter dat de problematiek van de studiekosten bekeken wordt in het kader van het Vlaams regeerakkoord, rekening houdend met de bestaande sociale stelsels in Vlaanderen.
Het licht staat op Groen! voor onze economische ondergang
Posted on 10 January 2009 | 7 responses
Vandaag in De Standaard: “Groen! pleit voor invoering 32-urenweek”
Groen! pleit voor de invoering van een 32-urenweek en een basisloon voor iedereen. De Vlaamse groenen willen dat voorstel financieren met een belasting op vermogens.
Wie dacht dat wij Belgen meesters waren in de surrealistische levenswijze moet vandaag toch zijn meerdere erkennen in de wezens van de planeet Agalev. Wie dacht dat het niet erger kon dan de Franse 35-urenweek, moeten vandaag vol ongeloof die kleine groene aliëns aanhoren. Laat het duidelijk zijn, ik ben een grote fan van surrealisme, maar dat staat niet gelijk aan simpele dwaasheid.
Ten eerste is er de onbetaalbaarheid van dit idee. Door de vergrijzing kent onze economie op middel(lange) termijn een tekort aan arbeidskrachten. Een vermindering van de arbeidsuren zal dit probleem nog acuter maken. Een tekort aan arbeid kan immers een negatieve invloed hebben op onze economische groei en vertaalt samen met de verminderde arbeid in afnemende belastingsinkomsten.
Daarbij komt nog dat de kost van de vergrijzing, met name stijgende pensioenlasten en rijzende welzijns- en gezondsheidskosten, moeten gedragen worden door de actieve bevolking. Aangezien de groenen vinden dat die actieve bevolking minder moet gaan werken, zullen die kosten niet meer zullen gedekt worden. Dit kan enkel gecompenseerd worden door de afbouw van de sociale zekerheid.
Bovendien zal door het basisloon, dat het inkomstenverlies voor werknemers moet compenseren, de werkloosheidsval toenemen waardoor de actieve bevolking zal krimpen en bovenstaande problemen zal versterken. Een 32 urenweek leidt uiteindelijk tot een daling van onze welvaart en ons welzijn.
Ten tweede zal de vermogensbelasting dit niet betaalbaar maken. De groenen willen duidelijk het geld halen daar waar het zit: bij de rijken. Jammer genoeg zijn die meestal voldoende intelligent om het grootste deel van hun vermogens onder te brengen in vennootschappen, eventueel in het buitenland. Het is nog maar de vraag of die vermogensbelasting op deze manier niet eenvoudig weg zal kunnen ontweken worden. Uiteindelijk zal het erop neer komen dat de middenklasse betaald. Mensen die hard gewerkt hebben en geld opzij gezet hebben.
Bovendien vergeten ze dat al deze kapitalen gebruikt worden om te investeren in bedrijven, risicokapitaal, etc. Dergelijke investeringen komen onze economische groei ten goede, creëren jobs en dus welvaart. Belasting op inkomsten uit vermogen zal investeringen veel minder aantrekkelijk maken omdat de potentiële opbrengst niet meer in verhouding staat tot het genomen risico. Minder investeringen zal het resultaat zijn, job- en welvaartsverlies het bijkomende gevolg.
Het lijkt erop dat deze arty-farty, groene, hippe manier van aan politiek te doen, het resultaat is van de kracht van verbeelding die op hol geslagen is.
JONGCD&V onderwijscongres
Posted on 25 December 2008 | No responses
